Iedere dag sta ik op met mijn persoonlijke wensenlijstje. Innerlijke rust. Ruimte voor de ander. Aandachtig luisteren. Voelen wat de ander ervaart. Machteloos nabij zijn. Om deze ambitieuze doelen ‘s avonds te kunnen afvinken is een stille start van de dag onontbeerlijk.
Mijn ochtendritueel begint met minstens een kwartier bij Papa op schoot. Deze ochtendstart heb ik afgekeken van Jezus. Aangezien ik mij wel herken in Zijn ruime beschikbaarheid voor mensen in nood, was ik gefascineerd hoe Hij dat volhield.
Zijn dagstart, verteld in Marcus 1:35, inspireerde mij om op vergelijkbare wijze elke nieuwe dag tegemoet te treden. Zodra mijn wekker is afgegaan, stap ik uit bed, hijs mij in mijn ochtendjas, loop de trap af en neem plaats in mijn stoel in onze stille woonkamer. Zonder smartphone, zonder mail en aanwezigheid van andere aandachttrekkers. Zittend in mijn stoel sluit ik mijn ogen en ga met mijn aandacht op weg naar het hier-en-nu. Deze ‘plek’, waar plaats en tijd samenvallen en waar God altijd is, bereik je als je zintuiglijke waarneming krachtiger is dan je gedachtespinsels.
Met volle aandacht scan ik zintuiglijk wat er op dat moment is waar te nemen. Daarbij werk ik van beneden naar boven en van buiten naar binnen. Mijn aandacht stuur ik naar mijn voeten. Ik voel hoe ze voelen (koud-warm, stijf-soepel, uitgerust-vermoeid). Ik voel hoe ze rusten op het hoogpolige vloerkleed. Ik voel hoe het kleed voelt. Ik denk er verder niets bij. Ik voel, zonder oordeel. Koud, stijf, of vermoeid worden niet veroordeeld. Met een ‘het-is-wat-het-is’ wil ik oordeelloos waarnemen. Met deze scanhouding klim ik langzaam omhoog: onderbenen, knieën, bovenbenen, heupen, billen, onderrug, nek- en schouderpartij, achterhoofd, voorhoofd, aangezicht. Bij dat laatste verwen ik mijzelf door mijn mond in een milde glimlach te plooien. Zo wil ik de nieuwe dag glimlachend binnentreden.
Daarboven aangekomen neem ik de aandachtsweg naar binnen. Ik volg aandachtig mijn ademhaling. Ik ervaar mijn inademing van het leven en mijn uitademing van alles wat mijn lichaam niet (meer) nodig heeft. Ik ervaar waar mijn ademhaling zit: borstkas of buik. En opnieuw: het-is-wat-het-is. En in deze volle bewustzijnssituatie voeg ik (dan pas) een bovenzintuiglijke waarheid toe: ik word volledig omgeven door Papa (Handelingen 17:27-28a). Zoals een zoontje op schoot van zijn papa zich helemaal veilig voelt in de vaderarmen die hem tegen de vaderborst aandrukken (Psalm 131:1-2). Door zo kind te zijn van Hem kan ik die dag weer volwassen beschikbaar zijn voor anderen.
Deel Mijn volle aandacht voor Papa
of kopieer de link