Op een ochtend kreeg ik een briefkaart van de leider van een gebedsgroep in Amersfoort. In de brief stond dat de Heilige Geest hen had opgedragen contact met me te zoeken. Ze wisten niet waarom, maar misschien wilde ik een keer naar Amersfoort komen? Meteen was ik nieuwsgierig.
De groep van zo’n twaalf mannen en vrouwen kwam bij elkaar in het huis van Karel de Graaf, een dijkenbouwer. Ik had zo’n groep nog nooit ontmoet. Er was geen vast programma voor de avond, met een leider en een onderwerp, zoals ik bij andere gebedsgroepen had meegemaakt. In plaats daarvan leken ze vooral tijd te besteden aan luisteren.
Dagen later werkte ik in mijn kamer toen Jeltje op de deur klopte. ‘Er is iemand voor je, Anne. Ik ken hem niet.’ Ik liep naar de voordeur en daar stond Karel de Graaf. ‘Hallo!’ zei ik verbaasd. ‘Hallo, Anne. Heb jij een rijbewijs?’ ’Een rijbewijs?’ ‘Nee, antwoordde ik verbaasd. ‘Gisteravond tijdens onze gebedstijd sprak de Heer over jou. Het is belangrijk dat je leert autorijden.’
‘Waarom in vredesnaam?’ zei ik. ‘Ik zal nooit een auto hebben, dat is zeker.’ Het idee om te leren autorijden leek zo vergezocht dat ik er niets mee deed. Maar een week later stond de dijkenbouwer opnieuw voor de deur. ‘Heb je al rijlessen genomen?’ ‘Eh… nee, niet echt.’ ‘Heb je nog niet geleerd hoe belangrijk gehoorzaamheid is? Dan denk ik dat ik het je zelf maar moet leren. Stap in.’
Meneer de Graaf kwam telkens terug en was zo’n goede instructeur dat ik een paar weken later al rijexamen kon doen en meteen de eerste keer slaagde.
Enige tijd later deelde ik ander goed nieuws met een goede bekende van ons: ‘Ik heb het visum voor Joegoslavië,’ meneer Koornstra. ‘Ik ga achter het IJzeren Gordijn reizen als zendeling!’ ‘Anne, kom dan maar gauw naar huis voor je sleutels.’ ‘Sorry, meneer Koornstra, dit is een slechte verbinding. Ik dacht dat u sleutels zei.’ ‘Dat zei ik ook. We hebben er uitgebreid over gesproken en je kunt het ons niet uit het hoofd praten. Mevrouw Koornstra en ik hebben maanden geleden al besloten dat als je een visum zou krijgen, je ook onze auto krijgt.’
Diezelfde middag ging ik met meneer Koornstra op pad om de auto op mijn naam te zetten, worstelend met twijfel én enthousiasme, en werd ik de eigenaar van een vrijwel nieuwe, prachtige, blauwe Volkswagen Kever.
Dit verhaal van Anne van der Bijl hebben we met toestemming overgenomen uit het boek 'Gods smokkelaar', van Stichting Open Doors.
Deel Rijlessen in gehoorzaamheid
of kopieer link